Ton Ton, Bouwforum
Onder het Bouwbesluit 2012 start een vluchtroute niet meer vanaf de toegang van een rookcompartiment of een subbrandcompartiment, maar vanaf een willekeurig punt in een ruimte. De logica om de vluchtroute vanuit een willekeurig punt te starten (en dus niet meer het gevolg is van de compartimentering) vertaalt zich in minder voorschriften en minder ingewikkelde regelgeving. Terwijl onder het oude Bouwbesluit een vijftal afdelingen moesten worden geraadpleegd, beperkt Bouwbesluit 2012 de voorschriften rond compartimenteren en vluchten tot drie afdelingen (afdeling 2.10, Brandcompartimenten; afdeling 2.11, Subbrandcompartimenten; afdeling 2.12, Vluchtroute). De nieuwe vluchtsystematiek is niet alleen eenvoudiger en eenduidiger, maar geeft het vluchten een centrale positie in de veiligheidsvoorschriften.
Onder het Bouwbesluit 2003 beginnen twee onafhankelijke vluchtroutes vanaf de toegang van een rookcompartiment. Dat betekent dat je eerst moet compartimenteren alvorens te kunnen vaststellen waar de twee vluchtroutes beginnen. Zeker omdat de rookcompartimentering per gebruiksfunctie verschilt (een gehele bouwlaag van een kantoor kan een rookcompartiment zijn, terwijl elke hotelkamer een rookcompartiment is), leidde dit gemakkelijk tot een onjuiste toepassing van het Bouwbesluit. Onder Bouwbesluit 2012 kunnen dergelijke fouten niet meer worden gemaakt, omdat het vluchten wel gerelateerd is aan de compartimentering, maar niet meer het gevolg ervan is.
Nieuwe systematiek
Het vervallen van de rookcompartimenten en het vluchten met één vluchtroute, zijn daarin opvallende wijzigingen. De systematiek van vluchten bij brand is geheel gewijzigd, compleet met een nieuw en gewijzigd begrippenkader. Dit artikel is bedoeld om de systematiek in het kort uiteen te zetten.
Compartimentering
- Het indelen in brandcompartimenten is niet gewijzigd. Ter beperking van uitbreiding van brand wordt een gebouw ingedeeld in brandcompartimenten.
- Om te voorkomen dat personen te lang in een brandruimte zijn en last krijgen van rook, wordt een brandcompartiment ingedeeld in subbrandcompartimenten en verkeersruimten die beschermd zijn tegen brand en rook. De wijziging is voor al te vinden in het subbrandcompartiment. Naast bescherming tegen brand om redding te kunnen afwachten, neemt dit compartiment de functie van het rookcompartiment over. Ten gevolge van deze functiewijziging is het subbrandcompartiment niet meer beperkt tot slaapfuncties. Onder Bouwbesluit 2012 hebben alle gebouwen een subbrandcompartiment. Door aan het subcompartiment de functie van het vluchten toe te voegen, wordt de brandvoorschriften compacter, eenduidiger en transparanter.
- Evenals voorheen worden er eisen gesteld aan de omvang, de ligging en de brandwerendheid van de compartimenten
Vluchten
- Het vluchten begint op een willekeurig punt in een subbrandcompartiment.
- Men kan gedurende 30 seconden door de rook vluchten (in de regel 30 meter), dan moet er rookscheiding komen of buitenlucht.
- Er moet ten minste één vluchtroute zijn waarlangs men kan vluchten.
- Als het gaat om één vluchtroute, is de vluchtroute vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment altijd een “beschermde vluchtroute”. De beschermde vluchtroute kan min of meer worden vergeleken met de rookvrije vluchtroute onder het Bouwbesluit 2003.
- Een vluchtroute moet ten minste 20 of 30 minuten door vluchtende personen kunnen worden gebruikt. Wanneer dit niet geval is, moet er een alternatieve route zijn.
- De vluchtroute heeft een basis beschermingsniveau (o.a. loopafstand, WBDBO,WRD, permanente vuurlast, vrije doorgang, doorstroomcapaciteit, etc.,).
- Naar mate er meer personen gebruik van de vluchtroute en naarmate het hoogteverschil dat een trappenhuis overbrugt, is meer bescherming nodig, een hoger veiligheidsniveau. De vluchtroute wordt dan een “extra beschermde vluchtroute”of een “veiligheidsvluchtroute”.De extra beschermde vluchtroute is vergelijkbaar met de brand- en rookvrije vluchtroute van Bouwbesluit 2003. De veiligheidsvluchtroute die door een niet-besloten ruimte voert, doet denken aan het huidige veiligheidstrappenhuis.
- Het hogere veiligheidsniveau van “beschermd”, “extra beschermd” en “veiligheidsvluchtroute” is niet nodig als er een 2e vluchtroute is.


Het vluchten met één vluchtroute en het vluchten met twee routes is weergegeven in bijgevoegde figuren. Voor het vluchten met twee routes is wel van belang dat de twee routes buiten het brandcompartiment niet mogen samenvallen. Het laten vallen van het hogere beschermingsniveau geldt pas vanaf het punt dat de twee vluchtroutes door verschillende ruimten voeren. Onder specifieke voorwaarden mogen de twee vluchtroutes door dezelfde ruimte voeren.
De vluchtroute krijgt een beschermingsniveau dat gerelateerd is aan de risico’s. Wanneer de risico’s te groot zijn en te snel leiden tot het onbruikbaar geraken van de vluchtroute, is er een tweede route nodig.
De vluchtsystematiek wordt gekenmerkt door een geheel andere aanpak en wordt niet altijd goed begrepen. Vaak wordt dit veroorzaakt doordat oude principes toch worden losgelaten op de nieuwe systematiek. Naar verwachting zal dit probleem zich oplossen na een gewenningsperiode met de nodige voorlichting.




Mag ik u een vraag stellen?
Mogen wij, in het kader van inbraakpreventie de deur van de garage naar de lifthal afsluiten?
Situatieschets:
Er worden in onze garage -0, 14 auto’s van app. bewoners geparkeerd. Er zijn 10 inpandige garage’s die aansluiting hebben op de bijbehorende gezinshuizen.
De garage is halfopen, een koker van tocht. Er zijn twee vluchtwegen, een van de vluchtdeuren is een ijzeren deur naar de achtertuinen, die zijn ca 4m diep en dan is er de gracht, je kan dan de trap nemen naar de hal aan de straatzijde, die deur is niet afgesloten. Een vluchtdeur gaat naar de lifthal, er is een stenen trap naar de hal aan de straatzijde. Deze trap gaat ook naar de verdiepingen en is vluchtweg uit de appartementen, het is ook een insluiproute, mag die afgesloten worden?
Met dank voor uw antwoord, met groeten van Martha van Scheppingen, bestuurder VvE
Beste Martha,
Mijn antwoord zou zijn: ja, je mag die route afsluiten (zodat er geen inbrekers/insluipers van buitenaf kunnen binnenkomen), maar omdat het een vluchtweg is moet er wel voor gezorgd worden dat de deuren op die route niet van binnen uit met een sleutel geopend moeten worden. Zie bijv. artikel 2.161 lid 1 van het Bouwbesluit 2003. M.a.w. vluchtende personen uit het gebouw moeten zonder gebruik te maken van een sleutel (om deuren te openen) via die route kunnen vluchten.
De deur van binnenuit openen met bijv. een draaicylinder mag dus wel.
Voor verdere verder of diepgaander antwoorden raden we je aan contact op te nemen met een van de op deze website genoemde auteurs. Voor vragen over de bouwregelgeving kun je ook terecht op http://www.rijksoverheid.nl/contact/formulier-helpdesk-bouwregelgeving
Henk Vermande
(henk.vermande@arcadis.nl)